Een implantaat is een kunstwortel die in de kaak wordt geplaatst. De meeste implantaten zien eruit als een schroef en zijn gemaakt van titanium. Dit is een lichaamsvriendelijk materiaal waaraan het bot zich gemakkelijk hecht. Deze implantaten worden dan voorzien van een kroon, brug of één of andere prothese/kunstgebit (bijvoorbeeld een overkappingsprothese of "klikgebit"). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een één-fase en twee-fasen behandeling.

1-fase behandeling: hierbij wordt het implantaat in 1 behandeling geplaatst. Het implantaat bestaat uit een deel dat in het bot verankerd wordt en een deel dat boven het tandvlees uitsteekt. Deze twee delen vormen 1 geheel. Na een bepaalde periode wordt op het uitstekende deel een kroon, brug of kunstgebit vervaardigd.

2-fasen behandeling: bij deze behandeling wordt in de eerste fase het implantaat in het bot geplaatst. Vervolgens wordt het weer met tandvlees bedekt. Een aantal maanden later, als het implantaat voldoende vastgegroeid is in het bot, volgt de tweede fase. Daarbij wordt op het ingegroeide implantaat een stift geplaatst (verbindingsstuk of abutment). Na een tweetal weken wordt hierop dan een kroon, brug of kunstgebit bevestigd.

Voor wie zijn implantaten geschikt?

In principe kan bij iedere volwassene een implantaat worden geplaatst. Wel is er voldoende kaakbot nodig om een implantaat te kunnen plaatsten. Waar te weinig bot aanwezig is, kan meestal kunstbot worden aangebracht.
Wanneer u nog eigen tanden en/of kiezen heeft, is het wel noodzakelijk dat het tandvlees errond gezond is. Als dit niet zo is, moet daar eerst iets aan gedaan worden.

Om te weten te komen of een implantaat ook bij u kan worden geplaatst, zal een mondinspectie en analyse van röntgenfoto's door de behandelaar moeten plaatsvinden.

Hoe gaat het plaatsen van implantaten in zijn werk?

1. Voorafgaand aan de operatie worden er recepten aan u verstrekt voor geneesmiddelen die u voor de operatie in huis moet hebben. Volg de instructies voor het innemen ervan nauwkeurig op. Indien u bloedverdunners gebruikt, zal de inname ervan in overleg met uw huisarts of specialist mogelijk tijdelijk worden gestopt. Stop nooit op eigen initiatief. Geef ook aan als u ergens allergisch voor bent (bijvoorbeeld antibiotica).

2. Tijdens het plaatsen wordt onder plaatselijke verdoving het implantaat in het kaakbot geplaatst. In de daarop volgende maanden hecht het kaakbot zich aan het implantaat en ontstaat een stevig fundament voor uw toekomstige nieuwe tand/kies of kunstgebit.

3. Na het plaatsen moet u, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep, rekening houden met eventueel wat zwelling en/of wat verkleuring van het tandvlees, wang en lippen. deze verschijnselen zijn echter van tijdelijke aard.
Tegen eventuele napijn krijgt u medicijnen voorgeschreven van uw behandelaar.

Nazorg na het plaatsen van een implantaat.

Plak en tandsteen rond/op implantaten, kroon, brug of kunstgebit kunnen een ontsteking veroorzaken van het tandvlees. Zo'n ontsteking kan dan weer leiden tot het verlies van kaakbot rondom het implantaat en daarmee uiteindelijk het verlies van het implantaat zelf.

Om dit te voorkomen zijn een goede voorlichting en instructie door de tandarts of mondhygiëniste over het reinigen van de implantaten, de mond en kroon, brug of kunstgebit een belangrijk onderdeel van de implantaatbehandeling. De mondhygiëniste zal de zelfzorg regelmatig met u evalueren en zo nodig bijsturen om ontsteking rond het implantaat zo veel mogelijk te voorkomen.

Resultaat van een implantaatbehandeling.

De kans op succes bij het plaatsen van een implantaat is zeer hoog. Na het plaatsen kan er tijdelijk ongemak zijn in de vorm van napijn of zwelling.
Ook komt het een enkele keer voor dat een implantaat niet vastgroeit en moet worden verwijderd. de kans hierop is groter wanneer u rookt en bij een slechte mondhygiëne.